[0] [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23] [24] [25] [26] [27] [28] [29] [30] [31] [32]
|
“Parade der Giganten 60 jaar RTM-museum”
De donateursdag op zaterdag 14 februari 2026
Inleiding 14 februari 1966 viel op een maandag: voor het laatst reed een RTM-tram tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis. Daarna werden alle tramdiensten van de RTM definitief gestaakt. Ik was er niet bij. Het was een gewone schooldag op mijn middelbare school in Hilversum en ik durfde het niet aan te spijbelen om naar Rotterdam af te reizen. Het ouderlijk gezag zou dat ook verboden hebben, zo ging dat in die tijd…., als middelbare scholier en op school zou niet te verklaren zijn geweest waarom ik slechts 1 dag afwezig zou zijn. Maar natuurlijk dwaalde mijn aandacht wel af naar wat op honderd kilometer van mijn ouderlijk huis in historisch perspectief zich afspeelde: de allerlaatste interlokale tramlijn in Nederland zou ophouden te bestaan. Kennismaking met de RTM Ik was niet eens zo’n grote tramliefhebber, en al helemaal geen smalspoorfan. De ontluikende hobby begin jaren zestig, vanaf zomer 1962, richtte zich meer op treinen en in het bijzonder de beveiligingssystemen op en rond het spoor. NS zat midden in de overgang van klassieke beveiliging naar stationsrelaisbeveiliging met centrale seinhuizen (NX, CVL, AR-bedieningssystemen) Ik bezocht moderne seinhuizen in Hilversum, Naarden=Bussum, Amersfoort, Rotterdam. Ik werkte in de zomervakanties van 1965, 1966 en 1967 als scholier en stationsassistent op het station Naarden=Bussum en leerde daar het reilen en zeilen van het spoorse leven….. Dáár ging mijn interesse naar uit: het zou mij later nog van pas komen in mijn loopbaan bij NS (1972-1994) en na de bedrijfssplitsing bij ProRail Verkeersleiding (19952005). Dankzij mijn Hilversumse spoorhobby-vrienden werd ik toch op het spoor gezet van de RTM als een uniek en niet te missen laatste interlokale tram. En de stoomtractie zou later in Duitsland en Oostenrijk nog volop beleefd worden. Als tiener had ik Rotterdam al wat leren kennen door de vele logeerpartijen bij mijn daar wonende getrouwde zus. Dat gaf mij de mogelijkheid de stad per RET-tram met dagkaarten te verkennen. Zo reed tramlijn 3 van Blijdorp via de Maasbruggen via het Stieltjesplein en de Oranjeboomstraat naar de eindhalte Groene Zoom, of tramlijn 2 naar Charlois. Een korte pauze in de Rosestraat bracht mij uiteindelijk bij de RTM; ik had wel eens een stoomfluit gehoord al trammend door Zuid, maar mijn echte eerste keer bij de RTM moet van begin 1964 dateren. Uiteindelijk heb ik de laatste jaren 1964 1966 van de RTM nog meegemaakt met wat toen nog over was van het uitgebreide tramnetwerk: Rotterdam Rosestraat via Spijkenisse naar Oostvoorne en Hellevoetsluis. De groep Voorne-Putten dus. In de zomer van dat jaar (1964) kocht ik mijn eerste kleinbeeldcamera (een Voigtländer Vito-CLR Lanthar, vaste lens: 50 mm.) en toen kon ik mijn belevenissen op beeld vastleggen. Maar de geruchten gingen al rond: het trambedrijf van de RTM, de laatste lijnen op Voorne-Putten, zou gaan stoppen. Deze geruchten resulteerden in ieder geval in een afscheidrit georganiseerd door de NVBS op 25 oktober 1964, omdat 1 januari 1965 alle tramdiensten gestaakt zouden worden. Het werd uiteindelijk wat later. Hoe dit zijn beloop had, is tot in detail terug te lezen in het onlangs verschenen jubileumnummer van de Tramkoerier: 60 jaar RTM-museum en ook in het boek Van Oud naar Goud. Ik kon de opbraaktrams met de M67 en MD 1806 Bergeend daarna op de Brielse- en Putselaan en Dordtselaan nog fotograferen (9 augustus 1966), de metrolijn naar Zuidplein was al in aanleg en kwam op 9 februari 1968 in dienst. Maar het zaadje was geplant: vanaf dat moment was ik een RTM’er. 60 jaar later Het kon niet anders dan dat de datum 14 februari 2026 herdacht moest worden, dat nu op een zaterdag viel. En dat betekende ook een autorit van mijn woonplaats Tiel naar Ouddorp, ijs en weder dienende want het zou zo maar weer eens kunnen sneeuwen, net als toen, maar tegenwoordig noemen we dat code geel of oranje. Een route naar Ouddorp die mij inmiddels al vele jaren wegbekendheid biedt (A15 > N57), anderhalf uur rijden over 121 km. De Stichting v/h Rotterdamsche Tramweg Maatschappij pakte groots uit. Reeds begin januari ontvingen de donateurs en relaties en speciale genodigden zoals de burgemeesters van Goeree-Overflakkee en Spijkenisse (Voorne-Putten) de aankondiging dat deze dag gevierd zou worden. In het jubileumnummer van de Tramkoerier die op 28 januari verscheen, werd een volledig dagprogramma gepresenteerd. Het kleurrijke blad blikt terug op 60 jaar geschiedenis, vanaf het prille begin hoe een stel enthousiaste tramliefhebbers diverse soorten materieel van de sloop wisten te redden en de Tramweg Stichting werd opgericht, de eerste stappen werden gezet om in Hellevoetsluis tot een rijdend museum te komen, de successen en de (planologische ) tegenslagen, het pionieren met aftandse middelen, de verhuizing naar Ouddorp in 1989, tot en met de bloei van een rijdend museum met een eigen trambaan op de Brouwersdam op de locatie De Punt. En hoe talrijke vrijwilligers gewerkt hebben aan het opknappen, de revisies en restauraties van het materieel. Hoe het museum kon groeien met bouwkundige uitbreidingen en professionalisering van het museum met al zijn disciplines, vakkennis, functies en ambachtelijke werkzaamheden. Met een keur aan rijdend materieel, maar ook met volle vitrines met attributen die het verhaal vertellen, een kleine bioscoop met een film, een paardentram, de Bellebus en de nagebouwde loods van Strijen. Rond 11:00 uur was het al aardig druk geworden op het remiseterrein en in het museumgebouw en uiteindelijk konden zo’n 250 donateurs verwelkomd worden. En we zagen ook bekende gasten: Jaap Nieweg, René van den Broeke en Marius van Rijn uit de andere railmuseumwereld (Stoomtram Hoorn Medemblik). Het programma is hieronder weergegeven.
Daarna werd iedereen verzocht naar het deels afgezette parkeerterrein te gaan voor een tramparade in de spoorboog in de oprit naar de Brouwersdam.
Parade der Giganten Rond 12:15 uur had iedereen zijn fotoshoot-plekje ingenomen, het was inmiddels stralend zonnig weer, met een stevige koude bries, om de tramoptocht aan zich in een langzame roll-over voorbij te zien rijden. Het waren de “laatste” vertegenwoordigers die op Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee en de Hoekse Waard en Voorne Putten en uiteraard in de samenstelling waarmee ze de laatste maanden van de exploitatie tussen Spijkenisse en Hellevoetsluis hebben gereden. Daarna konden de reizigers nareizen per stoomtram naar Port Zélande of met de autobussen naar eigen keuze. Hiervoor vertrok een overvolle, maar wel stoomverwarmde tram met stoomloc 50 met een vijfrijtuigstam (BD 438 + AB 398 + AB 394 + B 364 + AB 396 in de volgorde achter de loc bij vertrek uit remise) om 13:00 uur naar Scharendijke met een stop in Port Zélande. Hier waren de paradetrams geparkeerd zodat op dit station alle sporen “bezet” waren wat voor een bijzonder schouwspel opleverde en unieke plaatjes opleverde. Voor de terugritten van de diverse dieseltrams en museumbussen van Port Zélande kon ieder zijn eigen keuze maken. Tenslotte reed er nog een goederentram met motorwagen M67.
Deelnemers parade:
In Middelplaat Haven stond de goederenstam geparkeerd die daar ’s morgens al was neergezet. Dit was gedaan door de M 67, die zowel de wegbrengrit als de gewone rit ’s middags naar de remise reed met rijtuig ABD 397 achter de motorwagen als remrijtuig en de postwagen PD 291 achterop.
Wie het een beetje slim aanpakte kon met uit- en overstappen onderweg op andere trams overal fraaie foto’s maken, ook “langs de lijn”. Met de terugkeer om 14:48 uur van de MD 1805 in het museum werd deze donateursdag afgesloten. Op het remiseterrein kon nog wat nagenoten worden van het nodige rangeerwerk, de winkel of de LGB-miniatuur baan bezoeken, de nieuwe stoomkraan in opbouw bekijken of nog de dorstige en hongerige magen vullen in het sfeervolle restaurant. Of de social talks/contacten verstevigen want de donateurs vormen een stevige ruggengraat. Opnieuw kon een droge, zonnige, winderige en koude dag bij de RTM in de boeken bij geschreven worden. Zelfs de paar overdrijvende wolken waren welkom bij het tegenlicht fotograferen. 0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||